Expertise
Investments

Welke risico’s zijn er bij vroegpensioen?

Ramses van de Nes
March 25, 2025
5
 min

Welke risico’s zijn er bij vroegpensioen?

Eerder stoppen met werken klinkt voor velen als een droom die uitkomt – meer tijd voor hobby’s, reizen en familie. Maar voordat je die stap zet, is het belangrijk de mogelijke risico’s van vroegpensioen te begrijpen. Hieronder bespreken we de belangrijkste aandachtspunten én hoe je ze kunt beheersen. Bij Vive staan we klaar om je te helpen met een gedegen financiële planning, zodat je zorgeloos van je vroegpensioen kunt genieten.

Financiële onzekerheid

Wanneer je eerder stopt met werken, moet je langer leven van je spaargeld en pensioenvermogen voordat je recht hebt op AOW en eventueel aanvullend pensioen. Met andere woorden: je overbruggingsperiode tot de officiële pensioenleeftijd is langer, en je hebt een grotere financiële buffer nodig om deze extra jaren te financieren. Als je dit onderschat, kun je later in de problemen komen.

Tip: Maak een gedetailleerd financieel plan voor je vroegpensioen. Zet al je verwachte uitgaven en inkomsten op een rij voor de jaren tot je AOW. Wees realistisch en neem een veiligheidsmarge. Overweeg een financieel adviseur (zoals de experts van Vive) in te schakelen om je situatie door te rekenen en een haalbaar plan op te stellen. Zo weet je precies hoeveel vermogen je nodig hebt en of je op koers ligt om eerder te kunnen stoppen.

Inflatie

Inflatie kan een grote impact hebben op je pensioenvermogen, zeker als je langere tijd moet overbruggen. Inflatie betekent dat de koopkracht van je geld afneemt: na verloop van jaren kun je minder doen met hetzelfde bedrag. Als je 10 jaar eerder stopt met werken, zullen de prijzen aan het einde van die periode hoger zijn door inflatie. Je hebt dus méér geld nodig dan het nominale bedrag van nu om straks dezelfde levensstijl te bekostigen.

Tip: Houd rekening met inflatie in je planning. Kies voor beleggingen of spaarproducten die proberen de inflatie bij te houden of te verslaan. Denk aan investeringen die een hoger verwacht rendement hebben dan de inflatie – bijvoorbeeld een goed gespreide aandelenportefeuille, vastgoed of inflatiegerelateerde obligaties. Zo behoudt je vermogen meer zijn waarde. Pas jaarlijks je begroting aan met een inflatiepercentage, zodat je plan up-to-date blijft.

Onverwachte uitgaven

Leven is onvoorspelbaar. Ook tijdens je vroegpensioen kunnen er onverwachte kosten opduiken: een medische ingreep die niet volledig vergoed wordt, een grote reparatie aan huis of auto, of andere tegenslagen. Als je eerder stopt met werken, heb je mogelijk minder flexibel inkomen om zulke klappen op te vangen.

Tip: Zorg voor een noodfonds (buffertje) dat groot genoeg is om onverwachte uitgaven te dekken, los van je pensioenpot. Een veelgehoorde vuistregel is 3-6 maanden aan uitgaven als buffer, maar in geval van vroegpensioen wil je misschien aan de conservatieve kant zitten (bijvoorbeeld richting 12 maanden uitgaven) omdat je inkomen niet meer aangevuld kan worden met werken. Dit noodfonds voorkomt dat je bij tegenslag je beleggingen moet verkopen op een ongunstig moment of in financiële problemen komt.

Beleggingsrisico’s

Als je vermogen belegd is (in aandelen, obligaties, fondsen etc.), loop je altijd marktrisico. De markt kan tegenvallen: koersdalingen of zelfs crashes. Als je vroeg met pensioen bent, ben je aangewezen op je vermogen. Een stevige bearmarkt (dalende markt) kan de waarde van je portefeuille aantasten en je misschien dwingen je plannen bij te stellen (bijvoorbeeld toch weer werk zoeken of zuiniger leven).

Tip: Diversifieer je beleggingen om risico te spreiden. Zorg dat je niet “al je eieren in één mand” hebt; investeer in verschillende soorten assets (aandelen spreiden over sectoren en regio’s, wat obligaties, etc.). Overweeg ook om naarmate je vroegpensioen nadert, je portefeuille iets defensiever in te richten dan tijdens je opbouwfase – zo verklein je de impact van een marktcorrectie op je directe leefgeld. Praat eventueel met een financieel adviseur over je beleggingsstrategie voor en tijdens je pensioen, zodat deze goed aansluit bij je doelen en risicobereidheid. Het doel is dat je rustig kunt slapen, wetende dat je beleggingen tegen een stootje kunnen.

Langere levensduur

We worden gemiddeld steeds ouder. De kans is groot dat je langer leeft dan je misschien oorspronkelijk had ingeschat. Vroegpensioen betekent dat je pensioenvermogen nóg langer moet meegaan. Als je bijvoorbeeld op 62 stopt met werken en je wordt 90, dan moet je 28 jaar overbruggen – aanzienlijk langer dan iemand die op 67 stopt en 90 wordt (23 jaar). Onderestimating je levensduur kan betekenen dat je op latere leeftijd (in je 80’s) geld tekort komt.

Tip: Wees in je planning liever te voorzichtig door uit te gaan van een lange levensduur. Reken bijvoorbeeld door wat je nodig hebt als je 95 of zelfs 100 jaar oud zou worden, in plaats van bijvoorbeeld 85 jaar. Zo bouw je een extra buffer in. Zorg dat je plan flexibel genoeg is om, mocht je ouder worden dan verwacht, daarop aan te passen (bijvoorbeeld iets minder uitgaven per jaar als het nodig is). Het is immers beter te veel geld over te hebben op hoge leeftijd dan te weinig.

Verminderde toeslagen en belastingvoordelen

Wanneer je stopt met werken, kun je bepaalde toeslagen of belastingkortingen verliezen die gekoppeld zijn aan het hebben van inkomen uit werk. Denk aan arbeidskorting op de inkomstenbelasting – die vervalt als je geen loon meer hebt. Ook bouw je geen nieuwe pensioenrechten meer op via een werkgever, wat indirect een soort gemiste “bonus” is. Daarnaast kun je te maken krijgen met hogere zorgpremies (je werkgever betaalt niet meer mee) of mis je eventueel de opbouw van vakantiegeld. Al deze factoren kunnen betekenen dat je netto minder te besteden hebt dan je bruto-planning deed vermoeden.

Tip: Maak een overzicht van alle financiële voordelen die wegvallen als je stopt met werken vóór de pensioenleeftijd. Voorbeelden: geen arbeidskorting (scheelt netto inkomen), mogelijk geen recht meer op bepaalde toeslagen omdat je vermogen stijgt als je je pensioen laat uitkeren (bijv. huurtoeslag kan lager uitvallen als je spaargeld boven een grens komt). Bedenk hoe je dit kunt compensererén in je plan. Soms is het antwoord gewoon dat je iets meer vermogen nodig hebt. In andere gevallen kun je actief iets doen: bv. tijdelijk gebruikmaken van een overbruggingsregeling zoals de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) via je werkgever (waarbij je tot 3 jaar voor AOW een uitkering kunt krijgen, als je werkgever meewerkt). Laat je hierover informeren zodat je met open ogen de keuzes maakt.

Wees realistisch

Vroegpensioen biedt je heerlijk veel vrije tijd en vrijheid, maar het is cruciaal om je bewust te zijn van de financiële risico’s die eraan verbonden zijn. De goede nieuws is dat met een gedegen financiële planning en een paar voorzorgsmaatregelen, deze risico’s heel goed te beheersen zijn. Stel een realistisch plan op, pas het indien nodig aan, en neem maatregelen zoals buffer opbouwen en spreiden van beleggingen.

In 30 min alles weten over pensioen?

Krijg een compleet beeld van het pensioenlandschap in Nederland.
Inclusief een overzicht van alle mogelijkheden en keuzes.

30 min.
Google Meet
Paul Spronk