Wat is beleggen en waarom is het belangrijk op de lange termijn?
Wat is beleggen en waarom is het belangrijk op de lange termijn?
Beleggen betekent simpel gezegd dat je je geld laat werken door het te investeren, in de hoop dat het meer waard wordt. In plaats van al je spaargeld op een bankrekening te zetten tegen een lage rente, koop je bijvoorbeeld een aandeel (stukje eigendom) in een bedrijf of verstrek je een lening aan een overheid of bedrijf (obligatie). Dat doe je omdat je verwacht dat je investering in de toekomst groeit – het aandeel kan in waarde stijgen of dividend uitkeren, en de obligatie keert rente uit. Beleggen is daarmee een manier om vermogen op te bouwen voor later, zoals voor de aankoop van een huis, voor je pensioen of om financiële doelen te bereiken.
Het is vooral belangrijk op de lange termijn, omdat tijd een krachtige bondgenoot is bij beleggen. Door de rente-op-rente (samengestelde rente) groeit geld dat je investeert exponentieel naarmate de jaren verstrijken. Een klein bedrag dat je nu belegt, kan over tientallen jaren uitgroeien tot een aanzienlijk bedrag, juist omdat eventuele winsten telkens opnieuw worden geïnvesteerd en weer nieuwe winsten genereren. Daarnaast speelt inflatie een grote rol: prijzen van producten stijgen in de loop der tijd, waardoor de koopkracht van stilstaand spaargeld daalt.
In Nederland is de spaarrente de afgelopen jaren vaak lager geweest dan de inflatie, wat betekent dat het geld op een spaarrekening reëel in waarde achteruit kan gaan. Beleggen kan helpen dit tegen te gaan, omdat het historisch gezien gemiddeld een hoger rendement oplevert dan sparen. Zo behaalde de brede aandelenmarkt (bijvoorbeeld de S&P 500 index in de VS) over de lange termijn een gemiddeld rendement van rond de 6–7% per jaar, aanzienlijk meer dan de rente op een spaarrekening. Hoewel beleggingen op korte termijn kunnen schommelen (of zelfs dalen), neemt de kans op een positief resultaat toe naarmate je de belegging langer de tijd geeft.
Hoe werkt beleggen en wat zijn de voordelen?
Bij beleggen koop je activa – dat zijn dingen met waarde, zoals aandelen, obligaties, vastgoed of fondsen – met het doel hier financieel voordeel uit te halen. Je investeert dus je geld in iets waarvan je verwacht dat het in de toekomst meer waard wordt of inkomsten oplevert. Hoe werkt dit in de praktijk? Stel, je koopt aandelen van een bedrijf. Met dat geld kan het bedrijf groeien of winst maken, en als mede-eigenaar profiteer jij mee: de aandelenkoers kan stijgen, zodat je later met winst kunt verkopen, en sommige bedrijven keren periodiek winst uit in de vorm van dividend. Of neem een obligatie: je leent geld uit aan bijvoorbeeld de Nederlandse staat of een bedrijf, en ontvangt daarvoor een vaste rente (coupon). In beide gevallen levert je geld dus potentieel meer geld op.
De voordelen van beleggen liggen met name in het behalen van een hoger rendement dan met sparen op de lange termijn. Historisch gezien stijgen gezonde bedrijven in waarde naarmate de economie groeit, en daardoor groeien aandelenmarkten mee. Je “zet je geld aan het werk” – terwijl jij studeert, werkt of slaapt, kan de markt jouw belegging laten groeien. Een bekend voordeel is het verslaan van de inflatie: doordat je rendement maakt, houdt je vermogen zijn koopkracht of groeit deze zelfs, ondanks dat alles elk jaar iets duurder wordt. Bovendien profiteer je van spreiding en economische groei: als je bijvoorbeeld een mandje met tientallen verschillende aandelen hebt (bijv. via een fonds of ETF), dan zullen de meeste economische klappen op de ene plek vaak gecompenseerd worden door groei elders. Beleggen maakt het ook mogelijk om mee te delen in bedrijfswinsten wereldwijd – iets waar je als individuele spaarder anders geen toegang toe hebt. Ten slotte kan vroeg beginnen met beleggen, zelfs met kleine bedragen, grote voordelen opleveren dankzij de lange beleggingshorizon. Iemand die op jonge leeftijd maandelijks een bedrag belegt, kan door de jaren heen een aanzienlijk vermogen opbouwen puur door het effect van herinvesteren en tijd.
Natuurlijk kleven er ook risico’s aan beleggen – de koersen kunnen op en neer gaan. Je belegde geld kan meer waard worden, maar ook minder. Dit zie je vooral op de korte termijn: de beurs kent goede en slechte dagen (en af en toe ook wat langere tijden). Een belangrijk voordeel van een lange termijn aanpak is echter dat tijdelijke dalingen vaak weer herstellen op termijn, zeker als je breed gespreid belegt. Door rustig te blijven en niet in paniek bij elk dipje te verkopen, vergroot je de kans op een goed eindresultaat. Samengevat werkt beleggen als volgt: je investeert geld in diverse bronnen, laat de tijd z’n werk doen, en plukt op lange termijn de vruchten van economische groei en samengestelde rendementen.
Wat zijn aandelen en obligaties, en hoe werken ze?
Aandelen en obligaties zijn de twee bekendste beleggingsvormen. Voor beginners is het belangrijk om te begrijpen wat deze precies inhouden, omdat ze de bouwstenen vormen van veel beleggingsportefeuilles.
- Aandelen: Een aandeel is een bewijs van deels eigendom in een bedrijf. Zie het alsof een bedrijf een taart of pizza is die in stukjes is verdeeld; elk stukje is een aandeel. Zodra je een aandeel koopt, word je voor dat stukje mede-eigenaar van het bedrijf. Gaat het goed met het bedrijf – bijvoorbeeld doordat het winst maakt of groeit – dan profiteer jij mee. De waarde van je aandeel kan stijgen, zodat je het later voor meer kunt verkopen. Daarnaast kan het bedrijf besluiten een deel van de winst uit te keren aan aandeelhouders in de vorm van dividend (een soort “bonus” in cash of extra aandelen). Bijvoorbeeld: als je een aandeel Shell of ASML bezit en het bedrijf boekt goede resultaten, zie je meestal de aandelenkoers stijgen en kun je een dividend uitgekeerd krijgen. Maar let op: als het minder goed gaat met het bedrijf, kan de koers dalen en loop je als aandeelhouder dat risico. Aandelen bieden op de lange termijn gemiddeld het hoogste rendement, maar kennen ook grotere schommelingen in waarde op de korte termijn.
- Obligaties: Een obligatie kun je zien als het tegenovergestelde van een aandeel: in plaats van mede-eigenaar word je hier kredietverstrekker. Het is in feite een lening die jij geeft aan een overheid of bedrijf. Wanneer je een obligatie koopt, leen je een bepaald bedrag uit voor een afgesproken periode, in ruil voor regelmatige renteuitkeringen. Aan het einde van de looptijd krijg je (in theorie) je geleende bedrag terug. Omdat je doorgaans je inleg terugkrijgt en tussentijds rente ontvangt, wordt een obligatie beschouwd als een meer defensieve belegging dan een aandeel. Het risico is lager: tenzij de partij waaraan je hebt uitgeleend failliet gaat (wat bij bijvoorbeeld de Nederlandse overheid zeer onwaarschijnlijk is), zul je je geld plus rente terugkrijgen. Het keerzijde is dat het verwachte rendement ook lager ligt dan bij aandelen. Obligaties worden daarom vaak gebruikt om stabiliteit in een portefeuille te brengen. Als voorbeeld: de Nederlandse staat geeft regelmatig staatsobligaties uit; als je zo’n obligatie koopt, ontvang je jaarlijks bijvoorbeeld ~2% rente, en aan het einde van de looptijd krijg je je oorspronkelijke investering terug.
Hoe werken deze in de praktijk samen? Veel beleggers kiezen voor een mix van aandelen en obligaties in hun beleggingen. Aandelen voor groei op de lange termijn, en obligaties voor stabiliteit en een stukje vaste inkomsten. Wanneer aandelenkoersen dalen, behouden obligaties vaak (niet altijd) hun waarde beter, en vice versa. Door te spreiden over beide categorieën kun je een balans vinden tussen risico en rendement die bij jou past.
Andere beleggingsopties: goud, vastgoed, fondsen, ETF’s en pensioenbeleggen
Naast aandelen en obligaties zijn er nog tal van andere manieren om te beleggen. Diversificatie (spreiding) over meerdere beleggingscategorieën kan risico’s verder verlagen. Hier zijn enkele populaire opties:
- Goud en andere edelmetalen: Goud wordt al eeuwenlang gezien als een “veilige haven” voor vermogen. Mensen beleggen in goud (of zilver, platina) omdat het zijn waarde behoudt in tijden van economische onzekerheid of hoge inflatie. Je kunt fysiek goud kopen (bijvoorbeeld goudbaren of munten) of beleggen in een goudfonds dat de goudprijs volgt. Goud geeft geen rente of dividend, maar de prijs kan stijgen als de vraag toeneemt of als men bescherming zoekt tegen inflatie. In Nederland kun je goud kopen via gespecialiseerde handelaren of online brokers die gouden ETF’s aanbieden. Hetzelfde geldt voor zilver en andere grondstoffen: het zijn tastbare assets die nuttig kunnen zijn als verzekering in je portefeuille, maar ze produceren zelf geen inkomsten.
- Vastgoed: Beleggen in vastgoed betekent investeren in “stenen”, oftewel huizen, appartementen, kantoren of winkelpanden. Vastgoed kan aantrekkelijk zijn omdat het twee inkomstenbronnen biedt: huurinkomsten (als je het pand verhuurt) en potentiële waardestijging van het vastgoed zelf. Veel mensen denken bij vastgoedbelegging aan het kopen van een tweede huis om te verhuren. Dat kan, maar vergt veel kapitaal en komt met praktische zorgen (onderhoud, huurders vinden, etc.). Een laagdrempeliger manier is via vastgoedfondsen of REITs (Real Estate Investment Trusts) – dit zijn beleggingsfondsen die investeren in een portefeuille van vastgoedprojecten. Je koopt dan feitelijk aandelen in zo’n fonds, en deelt mee in de huuropbrengsten en waardeontwikkeling daarvan. Zo kun je met kleinere bedragen toch in vastgoed beleggen, zonder zelf een pand te hoeven beheren. In Nederland heb je bijvoorbeeld beursgenoteerde vastgoedfondsen waarin je kunt participeren via je beleggingsrekening.
- Beleggingsfondsen: Een beleggingsfonds is een gezamenlijke pot geld van veel investeerders die door een fondsbeheerder wordt beheerd. Het fonds belegt dat geld volgens een bepaalde strategie. Dit kan van alles zijn: sommige fondsen investeren wereldwijd in aandelen, andere juist alleen in obligaties, of in specifieke sectoren (technologie, duurzame energie, noem maar op). Als je een participatie (aandeel) in een fonds koopt, bezit je een stukje van de hele mix aan beleggingen die het fonds heeft. Het grote voordeel is spreiding: met één aankoop beleg je indirect in tientallen of zelfs honderden verschillende effecten. Bovendien neemt de fondsbeheerder het werk voor je uit handen: hij/zij besluit welke aandelen of obligaties gekocht en verkocht worden. Hier betaal je wel kosten voor (de beheerkosten van het fonds). Een actief beleggingsfonds probeert de markt te verslaan door slimme keuzes te maken; daar komen we zo op terug bij actief vs. passief beleggen.
- ETF’s (Exchange Traded Funds): Een ETF lijkt op een beleggingsfonds, maar heeft een belangrijk verschil: ETF’s volgen meestal passief een bepaalde index en worden verhandeld op de beurs zoals een aandeel. Denk bijvoorbeeld aan een ETF die de AEX-index volgt (de 25 grootste beursbedrijven in Nederland) of eentje die de S&P 500 volgt (500 grote Amerikaanse bedrijven). In plaats van dat een fondsbeheerder actief kiest, kopieert een ETF simpelweg de samenstelling van een index. Dit geeft je ook brede spreiding, maar vaak tegen lagere kosten dan actieve fondsen. ETF’s zijn populair onder beginnende beleggers omdat ze eenvoudig, transparant en goedkoop zijn. Je kunt via een ETF in één klap investeren in een hele markt. In Nederland kun je bij vrijwel elke broker of bank wel ETF’s kopen; bijvoorbeeld een MSCI World ETF waarmee je gespreid in duizenden aandelen wereldwijd belegt. ETF’s bieden dus een gemakkelijke manier van passief beleggen (meer hierover in de volgende sectie).
- Pensioenbeleggen (lijfrente): In Nederland bestaat er de mogelijkheid om gericht voor je pensioen te beleggen met belastingvoordeel. Dit kan via een pensioenrekening of lijfrenterekening bij een bank, vermogensbeheerder (Vive bijvoorbeeld) of een broker. Het idee is dat je geld inlegt op een speciale rekening die bedoeld is voor je pensioen; over dat ingelegde bedrag krijg je (binnen bepaalde grenzen) inkomstenbelasting terug of hoef je die niet te betalen. Dat geld wordt vervolgens belegd, vaak in een mix van aandelen en obligaties die past bij je leeftijd en risicoprofiel. Je vermogen groeit dan door beleggingen, bruto (zonder dat je elk jaar belasting betaalt over rendementen), en op pensioendatum neem je het op in de vorm van een lijfrente-uitkering waarover je dan belasting betaalt. Het voordeel is dus fiscale uitstel/voordeel én het beleggingsrendement. Veel Nederlanders beleggen op deze manier voor extra pensioen naast hun werkgeverspensioen. Overigens, besef dat je via je werkgever waarschijnlijk al belegt voor je pensioen: pensioenfondsen steken namelijk jouw ingelegde premies in grote beleggingsportefeuilles om ze te laten groeien voor later. Pensioenbeleggen in eigen beheer (via een lijfrente bijv.) is aanvullend en vooral interessant als je een pensioentekort hebt, extra geld wilt voor later of als zzp’er geen werkgeverpensioen opbouwt. Het is een relatief veilige en slimme manier om lange-termijn te beleggen, omdat je het geld toch niet nodig hebt tot je pensioenleeftijd en je profiteert van belastingvoordelen.
Actief versus passief beleggen
Een belangrijk onderwerp voor beginnende beleggers is het verschil tussen actief en passief beleggen. Dit gaat over de vraag of je probeert slimmer te zijn dan de markt, of juist met de markt mee beweegt.
- Actief beleggen: Hierbij probeer je door middel van research, analyses en timing betere resultaten te halen dan de gemiddelde markt. Een actieve belegger (of fondsbeheerder) kiest zelf specifieke aandelen of andere beleggingen die hij/zij denkt dat het beter zullen doen dan andere. Ook probeert een actieve belegger vaak op gunstige momenten in en uit de markt te stappen (markttiming), bijvoorbeeld verkopen vlak voor een verwachte daling of kopen voor een verwachte stijging. Het idee is dus: de winnaars eruit pikken en de verliezers vermijden, om zo een hoger rendement te behalen dan “gewoon alles maar houden”. Actief beleggen klinkt aantrekkelijk – wie wil er niet de markt verslaan? – maar in de praktijk blijkt het erg lastig. Je moet continu de economie en bedrijven in de gaten houden, analyses maken en soms durven in te grijpen. Bovendien maak je meer transacties, wat handelskosten met zich meebrengt, en actieve fondsen rekenen hogere beheerkosten. Veel studies hebben aangetoond dat maar een klein deel van de professionele beleggers erin slaagt om na kosten consistent beter te presteren dan de brede markt. Met andere woorden: de meeste stock-pickers en dure fondsmanagers behalen op lange termijn minder rendement dan simpelweg het marktgemiddelde, juist door die kosten en timingrisico’s. Actief beleggen kan leuk en leerzaam zijn als hobby (en sommige mensen verslaan de markt korte periodes), maar het brengt extra risico’s en onzekerheid met zich mee.
- Passief beleggen: Dit houdt in dat je niet probeert de markt te verslaan, maar deze te volgen. Je koopt bijvoorbeeld een indexfonds of ETF dat een hele index representeert, en je houdt deze langdurig vast. In plaats van te zoeken naar de nieuwe Apple of de volgende Amazon, koop je eigenlijk een stukje van alle grote bedrijven tegelijk. Passief beleggen wordt ook wel “indexbeleggen” of “spreiden” genoemd. Het grote voordeel is dat het eenvoudiger en doorgaans goedkoper is: je hoeft niet dagelijks het nieuws te volgen of balansanalyses te doen, en de kosten van indexfondsen/ETF’s zijn laag. Door breed te spreiden verminder je ook het risico dat één fout keuze je hele vermogen keldert – je hebt immers maar een klein stukje in elk bedrijf. Hoewel je met passief beleggen de topwinnaars van de markt niet selecteert, vermijd je ook de grote missers niet volledig; je krijgt het gemiddelde van alles. Maar opvallend genoeg is dat gemiddelde op lange termijn vaak heel prima. Sterker nog, omdat actief beheerde beleggingen door kosten en fouten achterblijven, blijkt dat passieve fondsen gemiddeld betere rendementen opleveren dan actieve fondsen over de lange termijn. Met passief beleggen versla je dus misschien niet elk jaar de markt, maar je krijgt wel de marktresultaten – en historisch is de trend van markten stijgend. Voor de meeste mensen (zeker beginners) is passief beleggen een verstandige strategie: het kost minder tijd, het is rustiger (je hoeft niet telkens in en uit te stappen) en het rendement is vaak zeer competitief. Een gezegde in de beleggingswereld is: “Time in the market beats timing the market” – oftewel, gewoon in de markt blijven (tijd laten werken) verslaat meestal proberen te timen. Passief beleggen belichaamt dat principe.
Tot slot: begin eenvoudig en wees geduldig
Beleggen hoeft geen hogere wiskunde te zijn. Deze uitleg heeft de basisprincipes laten zien: koop stukjes van de economie, spreid je risico, geef het de tijd en laat je niet gek maken door dagelijkse schommelingen. Of je nu student bent die met een klein bedrag per maand begint, of een werkende volwassene die een deel van het salaris opzij zet – het belangrijkst is om te beginnen en te leren door ervaring. Begin desnoods met een klein bedrag dat je kunt missen, zodat je vertrouwd raakt met hoe het werkt. Je zult merken dat naarmate je de termen en bewegingen begrijpt, beleggen best interessant en zelfs leuk kan worden, vooral als je ziet hoe je geld voor je kan groeien.
Houd altijd in je achterhoofd dat beleggen een lange-termijnproces is. Er zullen goede jaren zijn en minder goede, maar door vol te houden, gespreid te beleggen (bij voorkeur veel passieve indexbeleggingen voor de gemoedsrust) en niet te proberen elke beweging te timen, bouw je gestaag een financieel vangnet op. Zo werk je stap voor stap aan je toekomstig vermogen. Veel succes met je eerste stappen in de beleggingswereld – hopelijk heb je nu wat meer grip op de basisbegrippen, en onthoud: iedere grote eik was ooit een eikel die is geplant!